Goede Vrijdag 2 april, spreker Wout van Haften, zangleiding Debby Mostert en dienstleiding Ellen Prins.

Tijdens hun tocht door de woestijn voorziet God het volk Israël van brood uit de hemel en water uit de rots.
Als de discipelen na een vermoeiend tournee voorstellen de menigte naar huis te sturen, draagt Jezus hun op hen van eten te voorzien.
Ze protesteren; niet meer dan 5 broodjes en 2 visjes voor een mensenmassa van alleen al 5000 mannen? Jezus vraagt hen dat bij Hem te brengen, maar na de Zegenbede zijn het nog steeds 5 broodjes en 2 visjes.
“Ga je gang nu maar” luidt het, waarna  de twaalf beginnen te delen.
Breng Hem wat je hebt aan gaven en mogelijkheden, al is het nog zo gering en laat Hem er de Zegen over uitspreken. Dan kunnen er wonderen gebeuren, zelfs grotere dan deze, zal Jezus later zeggen.

Het avondmaal bestaat slechts uit een stukje brood en een slokje wijn.
Niks bijzonders op zichzelf, maar door de Vader gezegend vanaf het moment, dat Jezus die wonderlijke woorden uitsprak “doe dat zo dikwijls je dat doen zult tot Mijn gedachtenis”.

De zegen ligt in Zijn aanwezigheid; het wonder in onze handen.